Te midden van de glamour van het keizerlijke Rome in de tijd van Caesar Adrianus – inmiddels oud en zwak – wordt de strijd om zijn macht naar zich toe te trekken heviger. Niets verdachts kan in het publieke licht worden gezien, en niets lijkt ooit de macht van Rome te kunnen belemmeren – en dat terwijl verschrikkelijke complotten zich in de schaduw ontvouwen.